Hieronder een vertaling van de prominente Heidelbergkliniek in Duitsland (aanbevolen)
Uiteraard is dit toegespitst op Duitse patiënten maar niet minder interessant voor ons. zodat wij besloten hebben om deze informatie te laten vertalen en over te nemen op onze website. Vertaalster: Kristine oktober-2004 Zie ook:
http://www.dkfz-heidelberg.de/
Maagkanker
Kwaadaardige tumoren van de maag komen overwegend voort van cellen van het maagslijmvlies. De meeste patiënten zijn op het tijdstip van diagnose meer dan 60 jaar oud. Volgens de gegevens van het Duitse kankerregister ontwikkelden in 1997 zo’n 20 000 mensen de ziekte, zo’n ¼ minder dan vóór 20 jaar.
Wat zijn de oorzaken van maagkanker?
Eetgewoonten spelen in het ontstaan van maagkanker een belangrijke rol. In het bijzonder zoutrijke voeding en weinig verbruik van vers fruit en groenten, maar van veel gerookte en gepekelde voedingswaren verhogen het ziekterisico. De daling van het aantal zieken verklaren de experts door de opkomst van de koel- en ijskasten en door het feit dat gedurende het ganse jaar verse levensmiddelen beschikbaar zijn, die niet meer moeten bewaard worden door middel van inzouten, pekelen of roken. Bepaalde vormen van chronische maagslijmvliesontsteking houden eveneens een verhoogd risico in op maagkanker. Daarnaast ontwikkelen mensen met de bloedgroep A en naaste verwanten van maagkankerpatiënten ook ietwat frequenter dan gemiddeld de ziekte.
Hoe kan men maagkanker vaststellen?
Veel patiënten komen met eerder aspecifieke klachten naar hun arts: ze hebben een volheidsgevoel, gebrek aan eetlust, onwel-zijn, ze hebben gewicht verloren en voelen zich niet in staat veel te presteren. Deze symptomen kunnen volledig onschuldig zijn, echter door het uitvoeren van een endoscopie, meer bepaald een gastroscopie, kan een vroege diagnose een ernstigere ziekte voorkomen. De endoscopie is, dankzij de moderne apparatuur met buigzame slangetjes, minder onaangenaam dan vele patiënten vrezen. Bij een gastroscopie kan uit een verdachte zone onmiddellijk weefsel genomen en onderzocht worden. Een röntgenonderzoek van maag en darm met vooraf ingenomen contrastmiddel vervolledigt de screening. Wanneer de verdenking op maagkanker bevestigd wordt, volgen verdere onderzoeken om de uitgebreidheid, het stadium van de ziekte te bepalen. Een röntgenonderzoek van de longen, computertomografie en echografie van de buik en eventueel ook een echografie van de maagwand met de endoscoop leveren uitsluitsel omtrent de aanwezigheid van uitzaaiingen (metastasen) in andere lichaamsdelen en over hoe diep de tumor in de maagwand vergroeid is.
Hoe wordt maagkanker behandeld?
De belangrijkste behandelingsmethode bij lokaal begrensde maagtumoren is een operatie met als doel de volledige verwijdering van het tumorweefsel. Dit is de beslissende voorwaarde voor genezing. Meestal is de verwijdering van de ganse maag, een deel van de twaalfvingerige darm en de lymfeklieren in de omgeving van de maag noodzakelijk. Wanneer de tumor zich in de buurt van de maagingang bevindt is eventueel ook een verwijdering van een deel van de slokdarm nodig. Enkel bij kleine tumoren in het onderste derde van de maag komt een gedeeltelijke maagverwijdering in aanmerking. Bij plaatselijk uitgebreide tumoren kan een voorafgaande (neo-adjuvante) chemotherapie de tumor dusdanig verkleinen dat toch nog een volledige operatie mogelijk wordt.
Daar patiënten zonder maag of met een operatief sterk verkleinde maag problemen krijgen met de spijsvertering, werden verscheidene technieken ontwikkeld om uit een stuk dunnedarm een nieuwe maag te creëren.
Bijkomende behandelingsmaatregelen na een volledige operatie – chemotherapie met celgroeiremmende medicatie (cytostatica) of radiotherapie – hebben vooralsnog hun nut niet bewezen.
Indien er reeds bij diagnosestelling tumoruitzaaiingen (metastasen) in andere organen bestaan, dan is de aandoening niet volledig te genezen. Een operatie kan zinvol zijn om plaatselijke complicaties door de tumorgroei te vermijden en om de maag-darm-passage vrij te houden. Verder wordt hier, net zoals bij later optreden van metastasen, chemotherapie ingezet. Met de tegenwoordig beschikbare cytostaticacombinaties wordt bij meer dan 60 % van de patiënten een tijdelijk terugdringen van de tumor bekomen. Daarbij heeft de chemotherapie een goed symptoomverlichtend (palliatief) effect. Botmetastasen kunnen ook bestraald worden.
Welke gevolgen heeft de behandeling?
Maagkanker bezorgt de betrokkenen na de operatie in de eerste tijd aanzienlijke problemen. Deze betreffen vóór alles de voeding. Door de verkorting of het ontbreken van de maagpassage wordt de spijsbrij te snel naar de dunne darm getransporteerd en de voedingsstoffen worden niet volledig opgenomen. Vooral na een volledige maagverwijdering hebben de patiënten vervanging nodig van meerdere vitaminen en sporenelementen die niet meer toereikend worden opgenomen. Diarree die veroorzaakt wordt door een verstoring van de vetvertering kan verbeterd worden door toediening van vet-splitsende enzymes. De zo goed als altijd optredende gewichtsafname na een maagkankerbehandeling wordt door de patiënten beter opgevangen door een koolhydraat- en eiwitrijke voeding dan door het innemen van meer vetten.
Het sneller afzakken van de voedingsbrij in de dunne darm kan ook leiden tot het zogenaamde dumpingsyndroom, dat zich onmiddellijk of met een vertraging van enkele uren uit in problemen met de bloedsomloop, misselijkheid, zweetuitbraken, hartkloppingen, duizeligheid en bloeddrukval. De oorzaak hiervan ligt in de belasting van de darm en in de daaruit voortvloeiende stofwisselingsstoornissen. Deze problemen kan men tegengaan door de voeding te verdelen in 6 tot 10 kleinere maaltijden en door niet te drinken onmiddellijk aansluitend aan de maaltijd. Een bijzonder dieet is niet vereist. Bij sterke gewichtsreductie kan tijdelijk zogenaamde astronautenvoeding de voeding completeren. Bij langdurende voedingsproblemen helpt een sondevoeding. In plaats van de vroeger toegepaste neus-keel-sonde wordt tegenwoordig meestal een dunne katheter door de buikhuid rechtstreeks in de maag of in de dunne darm ingevoerd. Na een maag(deel)verwijdering komt het vaak tot terugvloei van zure maaginhoud in de slokdarm. De symptomen kunnen verzacht worden door zuurremmende medicatie. De nevenwerkingen van de chemotherapie - voornamelijk misselijkheid, braken en haaruitval – zijn voorbijgaand. De misselijkheid is tegenwoordig door moderne medicatie goed te verzachten.
Welke controleonderzoeken zijn nodig?
Controleonderzoekingen dienen om ongewenste gevolgen van de behandeling en terugval op te sporen of om de werking van de chemotherapie te controleren. Na een operatie worden ze eerst alle drie maanden en na 2 jaar halfjaarlijks doorgevoerd en ze omvatten in de eerste plaats een lichamelijk onderzoek en een echografie, eventueel ook RX van de buikholte en na gedeeltelijke maagverwijdering een gastroscopie.
Hoe zijn de genezingskansen?
Alleen wanneer het tumorweefsel door een operatie volledig kan verwijderd worden, is er kans op een volledige genezing. In ieder geval komt het ook dan in het verdere verloop vaak tot een terugval met metastasen en bij een groot deel van de patiënten is de ziekte reeds op het tijdstip van de diagnose ver gevorderd omdat ze wegens het ontbreken van vroege symptomen te laat erkend wordt.